De geschiedenis van de Nederlandsche Tafelronde begint in Norwich, Engeland. Daar zag de eerste Round Table het licht op 14 maart 1927, toen oprichter Louis Marchesi een inspirerende bijeenkomst hield met een groep jonge mannen uit verschillende beroepsgroepen. Marchesi was lid van een andere serviceclub, maar zag mogelijkheden om het beter te doen.

Leeftijdsgrens

Zo vond hij het een nadeel dat er geen leeftijdsgrens was. De oudere, meer ervaren mannen in het gezelschap beknotten de jongeren in hun gevoel van vrijheid, was zijn mening. Ook dacht hij dat een leeftijdsgrens het verenigingsleven zou stimuleren, omdat er steeds jonge aanwas zou zijn. Hij stelde de leeftijdsgrens vast op veertig jaar.

Beroepen

Daarnaast concludeerde Marchesi dat een rijke diversiteit aan beroepen binnen de club wenselijk zou zijn, maar wel binnen een beperkt aantal classificaties. Leden zouden bevriend raken, leren van elkaars inzichten en begrip krijgen voor elkaars standpunten. Via de club zou men belangstelling krijgen voor andere vakken, beroepen en liefhebberijen.

Samenleving

De club zou bovendien van alle leden aandacht vragen voor de nationale en internationale samenleving. Via de Round Table zou elk lid ‘opgewekt’ moeten worden en op zijn eigen vakgebied mee moeten werken om de gemeenschap te dienen. Daarmee zouden de leden van de Round Table een voorbeeld zijn voor anderen in de uitoefening van hun beroep of functie.

Bijeenkomsten

Om dit te bereiken werden geregeld bijeenkomsten gehouden. Leden hielden om beurten een voordracht. Soms werden gastsprekers uitgenodigd om hun mening over een bepaald onderwerp te delen, met een interessante gedachtewisseling of discussie tot gevolg. Ook werden tijdens deze bijeenkomsten activiteiten bedacht waarmee de plaatselijke gemeenschap kon worden ondersteund.

National Association

Er was veel belangstelling voor deze verenigingsvorm. Na de oprichting van de eerste Round Table in Norwich duurde het niet lang voordat ook in andere plaatsen een Round Table het levenslicht zag. Al snel werden ze verenigd in de ‘National Association of Round Tables of Great Britain and Ireland’ (R.T.B.I.).

Insigne & motto

Het insigne van de R.T.B.I. werd ontleend aan het zinnebeeld van de Tafelronde van de legendarische Koning Arthur, met in het midden de Tudor-roos. Het insigne verbeeldt de samenkomst van jonge mannen aan een ronde tafel. Het motto ‘Adopt – Adapt – Improve’ is ontleend aan de rede waarmee de toenmalige Prins van Wales in 1927 de Britse industrietentoonstelling opende. Hij zei letterlijk:

“The young business and professional men of this country must get together round the table, adopt methods that have proved so sound in the past, adapt them to the changing needs of the time and whenever possible improve them.”

Een uitgebreid historisch overzicht van Round Table geeft John Creasy in het jubileumboek van R.T.B.I., uitgegeven bij het 25-jarig bestaan, getiteld: ‘Round Table History’.

De Nederlandsche Tafelronde

De geschiedenis van de Tafelronde in Nederland begint in 1935. Henk Bruna, oprichter en erelid, ging stage lopen in Reading, Engeland. Via zijn werkzaamheden kwam hij in contact met de Round Table. Hij kreeg de vraag of hij in Nederland een dergelijke organisatie wilde oprichten. Dat wilde hij graag, maar zijn opleiding voerde hem eerst naar andere buitenlanden.
Toen Bruna in Nederland terugkwam en zijn vriendenkring zich weer begon te vormen, brak de Tweede Wereldoorlog uit. De kansen om een Round Table op te richten waren voorlopig verkeken. Wel zag Bruna in de oorlogsjaren eens te meer de wenselijkheid van een vriendenkring naar model van de Round Table. In het laatste oorlogsjaar begon hij met de vorming daarvan en zodra Nederland in 1945 was bevrijd nam hij contact op met de R.T.B.I..

1946

De eerste Nederlandsche Tafelronde werd in Utrecht opgericht op 7 juni 1946. Aanvankelijk had de club zestien leden. De uitvoerige statuten en reglementen van de R.T.B.I. werden vereenvoudigd en aangepast aan de Nederlandse omstandigheden. Het insigne van de Engelse Round Table werd omvat door de nationale kleuren rood, wit, blauw en oranje. In 1947 werd besloten tot de uitgave van een eigen periodiek, het Meededelingenblad, dat in 1948 voor het eerst uitkwam.

Koninklijke beschermheer

In 1951 verklaarde Zijne Koninklijke Hoogheid, Prins Bernhard der Nederlanden, zich bereid het beschermheerschap van de Nederlandsche Tafelronde te aanvaarden. Tijdens een plechtige bijeenkomst in Amsterdam bij de viering van het eerste lustrum werd Zijne Koninklijke Hoogheid als beschermheer geïnstalleerd.

Groei

Ook in Nederland was de belangstelling voor de Tafelronde aanzienlijk. In snel tempo kwamen overal in het land Tafelrondes van de grond. Inmiddels is de Nederlandsche Tafelronde een zeer actieve vereniging met ruim 3.006 Tafelaars en 193 lokale vestigingen.